Jeugdwerkloosheid

Er gaat een geweldige kracht uit van Brussel. Deze stad barst van het jong talent. Ongeveer één op drie bewoners is jonger dan dertig jaar. Daarmee heeft Brussel alle troeven in handen om dé economische motor van ons land te worden. Ten minste, als we erin slagen elke jongere zijn talenten te doen ontdekken én ontwikkelen. Dat is goed voor onze stad én onze jongeren. Want weinig evenaart de voldoening van een leuke job.

Jammer genoeg heeft één op drie Brusselse jongeren vandaag geen werk. Dé uitdaging voor de komende jaren is daarom om meer jongeren aan een job te helpen. Door hen op school goed te informeren over de mogelijkheden op de arbeidsmarkt, door meer geld uit te trekken voor persoonlijke begeleiding van schoolverlaters en jonge werkzoekenden, door bedrijven die sociale voordelen krijgen te verplichten om te blijven investeren in opleiding van hun jonge krachten.

De strijd tegen jongerenwerkloosheid moet wat mij betreft helemaal bovenaan de politieke agenda komen te staan. Investeren in onze jeugd is investeren in onze toekomst.

Kinderarmoede

Niks erger dan een kind dat in armoede moet opgroeien. In Brussel is de situatie ronduit dramatisch: één op vier Brusselse kinderen groeit op in een gezin zonder inkomen. En draagt daar de rest van zijn leven de gevolgen van mee. Kinderen uit een arm gezin lopen grotere gezondheidsrisico’s, hebben het vaker moeilijk op school en vinden later maar moeizaam hun weg op de arbeidsmarkt.

Kinderarmoede grijpt mij naar de keel. Zo weerloos, en al veroordeeld tot een leven vol drempels en vooroordelen. Ik heb destijds gekozen mij te engageren vanuit de oprechte overtuiging dat iedereen met gelijke kansen aan de start moet komen. Vandaag is dat voor te veel kinderen niet het geval. Zo  hypothekeren we de toekomst van deze kinderen én van onze stad. We moeten ervoor zorgen dat elk kind de kans krijgt zichzelf te ontplooien en mee te bouwen aan het Brussel van morgen, ongeacht zijn sociale achtergrond.

Daarom is de strijd tegen armoede voor mij een absolute prioriteit. Als we geld vinden om banken te redden moeten er ook middelen zijn om de strijd tegen armoede op te voeren. Laten we een maximumfactuur invoeren voor het secundair onderwijs en de sociale toeslagen voor gezinnen met een beperkt inkomen optrekken, zeker nu kinderbijslag een Brusselse bevoegdheid wordt.

Ruimte voor jongeren

We moeten ruimte maken voor onze jeugd. Vijfentwintig procent van de Brusselse bevolking is jonger dan 18 jaar, en dat aantal zal de komende jaren alleen maar stijgen. Hoog tijd dat kinderen en jongeren letterlijk meer plaats krijgen in deze stad.

Ik wil van Brussel een stad maken op maat van de jeugd. Dat betekent meer sportinfrastructuur, meer fuifzalen, meer speeltuinen, jeugdhuizen, etc. Parken en pleinen moeten uitnodigen om te spelen, leegstaande gebouwen tijdelijk ingezet als repeteerruimte of atelier. We moeten investeren in plaatsen waar jongeren zich kunnen uitleven,  elkaar ontmoeten, creatief bezig zijn, hun talenten ontdekken en ontwikkelen. Kortom, onbezonnen jong zijn.

Want een jonge generatie die zich goed voelt is de beste garantie op een verdraagzame en leefbare stad in de toekomst.

Hannelore Goeman

Brussels parlementslid

Brussel geeft mij energie. Ik hou van deze stad omdat ze mij blijft verrassen: achter elke hoek nieuwe mensen met nieuwe dromen en plannen. Ik wil werk maken van een stad op maat van de jeugd, waar jongeren alle kansen krijgen om hun talenten te ontdekken en ontwikkelen. Want investeren in de jeugd is investeren in de toekomst. Lees meer »

Ik ben Hannelore Goeman, 31 jaar en woon intussen bijna 10 jaar in Brussel. Ik ben geboren en getogen in Leuven maar heb – na omzwervingen langs Sint-Agatha Berchem en Stad Brussel – nu een thuis gevonden in Vorst.

Ik heb geschiedenis gestudeerd in Leuven en daarna nog een jaar Europees beleid aan de universiteit van Cambridge. Terug in België behaalde ik een doctoraat aan de Vrije Universiteit Brussel over de ontwikkeling van het integratiebeleid voor migranten op Europees niveau. Na mijn studies ging ik aan de slag als adviseur ‘Nederlandstalige aangelegenheden’ voor schepen Ans Persoons in de Stad Brussel. In 2014 werd ik fractie- en partijsecretaris voor sp.a Brussel, waar ik de dagelijkse werking van fractie en partij in goede banen leidde.

Sinds 27 mei 2016 ben ik parlementslid voor sp.a in het Brussels parlement. Ik volg de commissies werk en economie in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement (BHP) en gezondheid in de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Daarnaast ben ik fractieleidster in de Raad van de Vlaamse gemeenschapscommissie, waar ik lid ben van de commissies algemene zaken en financiën en de commissie welzijn.

Ik ben heel blij daarmee vooral sociale thema’s op mijn bord te krijgen. Ik heb destijds gekozen mij te engageren vanuit een verontwaardiging over de ongelijkheid in onze stad én vanuit een liefde voor Brussel. In deze commissies kan ik de stem vertegenwoordigen van alle Brusselaars, zeker jongeren, die minder makkelijk gehoord worden in het halfrond.”

Ik ben een fervent levensgenieter, die houdt van lekker eten, rondhangen met vrienden en cultuur opsnuiven. Ik hou van avontuur en verrassingen. Aan dat alles geen gebrek in deze stad. En daarom ben ik zo verknocht aan Brussel.

Wil je mij contacteren?
Alexandre Bertrandlaan 19, 1190 Vorst
0486/65.90.10
hgoeman@bruparl.irisnet.be

Jeugdwerkloosheid

Er gaat een geweldige kracht uit van Brussel. Deze stad barst van het jong talent. Ongeveer één op drie bewoners is jonger dan dertig jaar. Daarmee heeft Brussel alle troeven in handen om dé economische motor van ons land te worden. Ten minste, als we erin slagen elke jongere zijn talenten te doen ontdekken én ontwikkelen. Dat is goed voor onze stad én onze jongeren. Want weinig evenaart de voldoening van een leuke job.

Jammer genoeg heeft één op drie Brusselse jongeren vandaag geen werk. Dé uitdaging voor de komende jaren is daarom om meer jongeren aan een job te helpen. Door hen op school goed te informeren over de mogelijkheden op de arbeidsmarkt, door meer geld uit te trekken voor persoonlijke begeleiding van schoolverlaters en jonge werkzoekenden, door bedrijven die sociale voordelen krijgen te verplichten om te blijven investeren in opleiding van hun jonge krachten.

De strijd tegen jongerenwerkloosheid moet wat mij betreft helemaal bovenaan de politieke agenda komen te staan. Investeren in onze jeugd is investeren in onze toekomst.

Kinderarmoede

Niks erger dan een kind dat in armoede moet opgroeien. In Brussel is de situatie ronduit dramatisch: één op vier Brusselse kinderen groeit op in een gezin zonder inkomen. En draagt daar de rest van zijn leven de gevolgen van mee. Kinderen uit een arm gezin lopen grotere gezondheidsrisico’s, hebben het vaker moeilijk op school en vinden later maar moeizaam hun weg op de arbeidsmarkt.

Kinderarmoede grijpt mij naar de keel. Zo weerloos, en al veroordeeld tot een leven vol drempels en vooroordelen. Ik heb destijds gekozen mij te engageren vanuit de oprechte overtuiging dat iedereen met gelijke kansen aan de start moet komen. Vandaag is dat voor te veel kinderen niet het geval. Zo  hypothekeren we de toekomst van deze kinderen én van onze stad. We moeten ervoor zorgen dat elk kind de kans krijgt zichzelf te ontplooien en mee te bouwen aan het Brussel van morgen, ongeacht zijn sociale achtergrond.

Daarom is de strijd tegen armoede voor mij een absolute prioriteit. Als we geld vinden om banken te redden moeten er ook middelen zijn om de strijd tegen armoede op te voeren. Laten we een maximumfactuur invoeren voor het secundair onderwijs en de sociale toeslagen voor gezinnen met een beperkt inkomen optrekken, zeker nu kinderbijslag een Brusselse bevoegdheid wordt.

Ruimte voor jongeren

We moeten ruimte maken voor onze jeugd. Vijfentwintig procent van de Brusselse bevolking is jonger dan 18 jaar, en dat aantal zal de komende jaren alleen maar stijgen. Hoog tijd dat kinderen en jongeren letterlijk meer plaats krijgen in deze stad.

Ik wil van Brussel een stad maken op maat van de jeugd. Dat betekent meer sportinfrastructuur, meer fuifzalen, meer speeltuinen, jeugdhuizen, etc. Parken en pleinen moeten uitnodigen om te spelen, leegstaande gebouwen tijdelijk ingezet als repeteerruimte of atelier. We moeten investeren in plaatsen waar jongeren zich kunnen uitleven,  elkaar ontmoeten, creatief bezig zijn, hun talenten ontdekken en ontwikkelen. Kortom, onbezonnen jong zijn.

Want een jonge generatie die zich goed voelt is de beste garantie op een verdraagzame en leefbare stad in de toekomst.